
Een Belgisch drieluik – mode, smaak en de kunst van het kijken
Drie dagen, drie steden. Antwerpen, Brugge en Gent. Met de camera binnen handbereik ontdekten we dicht bij huis drie steden, elk met een totaal andere sfeer en focus. We gingen niet op pad met een lijst bezienswaardigheden die we per se moesten afvinken. Liever lieten we ons leiden door wat we onderweg tegenkwamen. Door mooie winkels, bijzondere straten, lekker eten, architectuur en vooral: door te kijken. Want vaak zijn het juist de onverwachte plekken en kleine details die mij het meest bijblijven.
Antwerpen – mode, eigenheid en een onverwachte afdaling
Hoe kan het ook anders: we begonnen onze drie dagen België in de modewijk van Antwerpen. Want mode heeft altijd al een beetje mijn hart gehad.
Als kind maakte ik modeschetsen en ooit overwoog ik zelfs om naar de modeacademie te gaan. Uiteindelijk won mijn verstand het destijds van mijn creatieve kant en koos ik voor een rationelere studie. Eerst rechten en later commerciële economie. Maar mijn belangstelling voor mode is eigenlijk nooit verdwenen.
Daarbij gaat het me niet zozeer om de laatste trends. Ik vind het veel interessanter wanneer kleding iets vertelt over degene die haar draagt. Een eigen stijl, een onverwachte combinatie, iets dat misschien helemaal niet ‘in’ is, maar wél klopt bij die persoon. Eigenheid boven trend, eigenlijk.
En daarvoor kun je in Antwerpen natuurlijk je hart ophalen.
In en rond de Kammenstraat en Wilde Zee vonden we precies wat ik leuk vind: onafhankelijke boetieks, conceptstores, vintage en een urban, soms wat edgy sfeer. Niet alles keurig volgens één modebeeld maar juist veel verschillende stijlen naast elkaar.
We sliepen in Het Zuid verkenden de volgende dag ook die kant van de stad verder. De combinatie van mode, interieur en kunst maakt deze buurt voor mij bijzonder aantrekkelijk. Ook de Kloosterstraat, met haar interieurzaken, antiek en curiosa, is zo'n straat waar ik eindeloos kan rondkijken.











Per ongeluk onder de Schelde
Tijdens ons dwalen belandden we ineens bij de Sint-Annatunnel. Geen geplande bezienswaardigheid maar achteraf een van de dingen die me het meest zijn bijgebleven.
Via de oude houten roltrappen gingen we steeds verder naar beneden. En verder. Het hout, de machines, het geluid en zelfs de geur: het voelde alsof we een stuk industrieel erfgoed binnenstapten waar ieder moment de stoommachine weer aangezet kon worden.
Dat gevoel bleek niet zo gek. De Sint-Annatunnel werd tussen 1931 en 1933 gebouwd en de authentieke houten roltrappen en oorspronkelijke technische installaties zijn nog altijd onderdeel van het beschermde monument.
Beneden wacht een lange, kaarsrechte wandeling onder de Schelde. En vervolgens ga je aan de andere kant weer omhoog en sta je ineens op Linkeroever.
Het contrast kon bijna niet groter zijn. Na het levendige centrum vonden we daar een veel stillere wereld. Verlaten horeca, lege plekken, iets mistroostigs zelfs. Een sfeer van vergankelijkheid die juist daardoor interessant werd.
We waren er min of meer per ongeluk terechtgekomen. Maar ik had het voor niet willen missen.

iPhone-foto van de houten roltrappen.
Brugge – voorbij de ansichtkaart
Van Antwerpen reden we door naar Brugge.
Waar Antwerpen voor mij vooral in het teken stond van mode, design en eigenheid, werd Brugge veel meer een culinaire ontdekking.
Brugge is natuurlijk prachtig. Misschien wel zo mooi dat het soms bijna een decor wordt, alsof je in een Disneywereld stapt. De historische gevels, de reien, de pleinen: de beelden die je kent van de ansichtkaarten. En dus zijn er ook heel veel toeristen.
Juist dan krijg ik de neiging om de andere kant op te lopen.
Ik vind het interessanter om een straat in te slaan waar niet iedereen loopt en te kijken wat daar gebeurt. Zo kwamen we onder andere terecht in de Sint-Jakobsstraat, Ezelstraat, Langestraat en Noordzandstraat. Daar vonden we opnieuw die combinatie waar ik blij van word: vintage, kleine kledingboetieks, brocante, antiek en curiosa.
Plekken waar je rustig kunt rondneuzen en waar je niet precies weet wat je achter de volgende deur zult aantreffen.




Tijd om te proeven
En er werd gegeten. Heel goed gegeten zelfs.
Een van de culinaire hoogtepunten was Locàle by Kok au Vin aan de Ezelstraat. Locàle werkt veel met lokale en seizoensgebonden producten en heeft als uitgangspunt bewust de tijd nemen om samen te eten.
Eigenlijk paste dat perfect bij deze dagen: niet haasten maar kijken, proeven en ervaren.
De volgende ochtend begonnen we opnieuw goed, met ontbijt in de stad. Want ook dat hoort voor mij bij een paar dagen weg: niet alleen kijken wat een stad architectonisch te bieden heeft maar ook letterlijk even proeven van de sfeer.
Brugge liet voor mij twee gezichten zien. Het bekende, bijna schilderachtige Brugge waar iedereen voor komt, én het Brugge dat zich iets verder van de gebaande paden verstopt.
En dat tweede gezicht vond ik nog leuker.
Gent – regen, street photography en een groene oase
Onze derde en laatste stad was Gent.
Gent voelde meteen anders. Ook hier komen natuurlijk toeristen maar de stad voelt minder alsof ze er speciaal voor hen is ingericht. Er wordt gewoond, gewerkt, gefietst, gestudeerd. Het leven gaat er gewoon door.
En het regende. Veel. Maar regen en fotografie gaan vaak goed samen. Natte straten, reflecties, paraplu's, mensen die zich sneller door de stad bewegen of juist ergens naar binnen vluchten. Het verandert het straatbeeld.
Dus de camera bleef gewoon mee naar buiten gaan.
We dwaalden onder andere door Onderbergen en ontdekten straatjes en binnenplaatsen waar het groen onverwacht tussen de stad tevoorschijn kwam. Ook hier weer kleine winkels en adressen met een heel eigen karakter. Zoals Own It Vintage, met zorgvuldig geselecteerde vintage kleding, en de kleine Serpentstraat.
Geen plekken waarvoor je persé naar Gent ‘moet’. En eigenlijk vind ik ze juist daarom zo leuk.
Een absoluut hoogtepunt vond ik het monumentale pand van de Belgische ontwerpster Nathalie Vleeschouwer aan Onderbergen 78. Haar brandstore bevindt zich in een historisch herenhuis, verdeeld over twee verdiepingen. Authentieke elementen worden er gecombineerd met onder meer hout, marmer, spiegels, metallics en vintage stukken.
Alleen al door dat pand dwalen maakte me blij. Overal was wel iets te zien: een kleur, een materiaal, een meubel, kleding, megagrote spiegels met een bijzonder doorkijkeffect.
En zo kwamen we in Gent uiteindelijk van de regen maar gelukkig niet in de drup.






Niet de ansichtkaart maar wat ernaast gebeurt
Als ik mijn foto's van deze drie dagen terugkijk, valt me op dat ik eigenlijk maar weinig van de geijkte beelden heb gemaakt.
Natuurlijk zie je Antwerpen, Brugge en Gent erin terug. Maar ik heb niet geprobeerd om drie steden zo compleet mogelijk vast te leggen.
Mijn oog gaat vanzelf ergens anders naartoe.
Naar een etalage. Een onverwachte kleurcombinatie. Iemand die door mijn beeld loopt. Een verweerde muur. Een interieur. Een detail in kleding. Een doorkijkje. Een lege stoel. Licht dat ergens op valt. Of een oude houten roltrap die je toevallig tegenkomt wanneer je eigenlijk helemaal ergens anders naartoe onderweg was.
Dat is ook wat ik zo leuk vind aan street photography. Je kunt het niet helemaal regisseren. Je moet aanwezig zijn en kijken naar wat er gebeurt.
Dus was dat uiteindelijk wel de rode draad van deze drie dagen.
Antwerpen bracht mode en eigenheid.
Brugge smaak en het plezier van afwijken van de gebaande paden.
Gent sfeer, regen en observeren.
Drie verschillende steden maar telkens dezelfde manier van reizen: niet te veel afvinken, een beetje dwalen en je laten verrassen.
Want dan ligt het mooiste beeld niet op de plek waar iedereen zijn camera tevoorschijn haalt.
Maar een paar meter verderop.
